‘Let’s take back control: waarom soevereiniteit allesbehalve een rechts ideaal is’

Gepubliceerd op 17/11/2019
Geschreven door

De soevereiniteit staat overal onder druk. Landen mogen door de globalisering niet meer zelf bepalen over hun wetten. Supranationale organisaties zoals de EU maken de dienst uit. Tenminste, volgens de visie van verschillende nationalistische partijen. Deze partijen zijn de afgelopen jaren flink gegroeid. In elk land wordt het debat gevoerd of we wel of niet meer soevereiniteit willen afstaan. Of we onderdeel willen blijven van de internationale gemeenschap of ons liever terugtrekken achter onze landsgrenzen. Mensen zijn bang dat ze hun macht als burgers zijn verloren. En dat is niet helemaal onterecht.

Het beste voorbeeld hiervan is natuurlijk het Verenigd Koninkrijk, dat momenteel al drie jaar bezig is met uittreden uit de Europese Unie. Veel Britten, of eigenlijk vooral Engelsen, willen dat hun land weer zijn eigen koers gaat varen. Hoewel tegenstanders van de Brexit vaak onderstrepen dat een uitreding uit de EU een economische ramp zou zijn, is dit niet waar het debat eigenlijk over gaat. De Brexit gaat in feite om de vraag of de Britten hun zelfbeschikkingsrecht willen opgeven aan anonieme bureaucraten, of niet.

‘Take back control’, luidde de inmiddels beruchte slogan van de campagne voor Brexit. De soevereiniteit moest niet langer in Brussel liggen, maar weer worden teruggebracht naar Londen. Deze belofte van zelfstandigheid sloeg aan. Het Verenigd Koninkrijk stemde voor een Brexit. Hoewel de steun voor de EU aan onze kant van de Noordzee een stuk groter is, leeft dat sentiment wel overal in Europa. Een groot deel van de bevolking is bezorgd over het verliezen van autonomie.

Het is echter niet de EU waar we onze zelfstandigheid aan verloren zijn. De EU is namelijk niet in staat om ook maar iets voor elkaar te krijgen zonder toestemming van de lidstaten of het democratisch gekozen parlement. Eén veto in de Europese raad is al genoeg om een voorstel tegen te houden. Zo werd de strafprocedure tegen Polen bijvoorbeeld tegengehouden door Hongarije. Zo dreigt het CETA-verdrag niet te worden bekrachtigd, omdat er in Nederland geen meerderheid meer voor is. Zo hielden Frankrijk en Nederland de toetreding van Noord-Macedonië en Albanië tot de EU tegen.

Het klopt dat de EU te weinig transparant is en er veel democratische hervormingen nodig zijn om het draagvlak voor het Europese project te vergroten. De lidstaten hebben het echter nog steeds voor het zeggen. Als Brussel impopulaire maatregelen neemt, zijn de regeringsleiders hier vaak verantwoordelijk voor. De woede van de nationalistische partijen zou eigenlijk niet op Brussel maar op de eigen regering gericht moeten zijn.

Toch maken mensen zich terecht zorgen over hoeveel invloed zij nog hebben. Regeringen lijken steeds meer voort te modderen. Het lijkt wel of het niet uitmaakt waar je op stemt, wanneer structurele verandering telkens uitblijft. Dit probleem hebben wij echter zelf veroorzaakt. Vanaf de jaren 80 zijn rechtse en linkse politieke partijen bevangen door het idee dat het introduceren van marktwerking in overheidstaken deze taken goedkoper en efficiënter zou laten werken. Jarenlang zijn verschillende delen van de overheid hierdoor geprivatiseerd. In Nederland stootten wij onze post, onze nutsbedrijven en onze spoorwegen af. Tenslotte werd ook de zorg overdragen aan private verzekeraars.

Veel overheidstaken worden nu dus uitgevoerd door privébedrijven. Op sommige vlakken is dit misschien wel een nuttige verandering geweest. We moeten ons echter afvragen of we niet te veel soevereiniteit hebben overgedragen aan de markt. In plaats van het democratisch gekozen parlement worden de beslissingen nu genomen door aangestelde managers. Elke beleidsverandering gaat eerst langs ondoorzichtige vergaderkamertjes die hun eigen belang willen verdedigen. Hierdoor wordt structurele verandering vaak bijna onmogelijk. Deze bedrijven hoeven daarvoor ook geen verantwoording af te leggen. Een directeur is veel minder in het nieuws dan welke minister of eurocommissaris dan ook.

In veel gevallen heeft privatisering ertoe geleid dat overheidstaken allesbehalve goedkoper en efficiënter worden uitgevoerd. In de post heeft moordende concurrentie ervoor gezorgd dat bezorgers structureel onderbetaald worden en gedwongen zijn op een bijna onmogelijk tempo te werken om rond te komen. De premies in de zorg zijn elk jaar gestegen sinds de invoering van de nieuwe zorgwet in 2006. Hierdoor dreigt zorg onbereikbaar te worden voor de allerarmsten door het eigen risico van 385 euro. Op het spoor worden vooral in het oosten van het land de kantjes ervan af gelopen. Hier heeft de JS begin 2019 nog campagne tegen gevoerd. Natuurlijk zullen de bedrijven zelf proberen om dit systeem in stand te houden. Ze maken er immers flinke winst op.

Onze soevereiniteit staat wel degelijk onder druk. Niet door de EU, maar wel door een klein leger aan anonieme managers. Laten we daarom opnieuw beoordelen wat echt een overheidstaak is en wat een private onderneming ook wel kan. Niet uit voorkeur voor de markt, maar uit liefde voor de mensen. Laten we mensen hun zelfbeschikkingsrecht teruggeven. Let’s take back control.

Auteur van dit opiniestuk, Lukas van Dongen, is lid van de JS.

categorieën: LAVA 2019
tags: , , , , , , ,

Contact

Wil jij ook meeschrijven met de Lava? Of heb je een vraag of opmerking naar aanleiding van een column, artikel of andere schrijverij? Neem dan contact met ons op via onderstaande e-mailadres. Voor vragen over de Jonge Socialisten in de PvdA kan je terecht op hun website: www.js.nl.

Lees verder; klik hier…
Copyright 2019 - Jonge Socialisten in de PvdA