Gesprek met kandidaat-voorzitter, Thijme Hoffmann
Gepubliceerd op 06/07/2026
Geschreven door de Redactie
We gaan het eerste bestuur van PROTEST kiezen! Daarom is het belangrijker dan ooit dat wij de aankomende kandidaten eens het vuur aan de schenen leggen over hoe ze van PROTEST een schitterende PJO (politieke jongerenorganisatie) willen maken. Dit jaar hebben Lava en OverDWARS de landelijke bestuurskandidaten bestuurspitches voorgelegd. 11 juli stemmen we op het oprichtingscongres voor de functies van het Landelijk Bestuur. Thijme Hoffmann (hij/hem, 25 jaar) heeft zich gekandideerd voor de rol van voorzitter. Met deze vragen hopen we congresgangers een handje te helpen in hun zoektocht naar de ultieme voorzitter!
Vind hier meer informatie over het congres en lees in de congreskrant de voorstelstukjes en kandidatencommissie-adviezen van alle kandidaten.
Waar kom je vandaan en wat doe je in het dagelijks leven naast je activiteiten voor PROTEST of PRO?
Ik woon al bijna 19 jaar in Elst, een plattelandsdorp tussen Arnhem en Nijmegen. Ik heb net mijn studie politicologie aan de Radboud Universiteit afgerond en hoop mijn volgend jaar (veel te) vol te kunnen gooien als voorzitter van PROTEST!
Waarom en wanneer ben je lid geworden van PROTEST?
In 2021 ben ik lid geworden van DWARS. Tijdens de coronacrisis begon ik steeds meer het nieuws te volgen en ik zag onze aarde letterlijk en figuurlijk branden. Arbeiders in bijvoorbeeld de zorg werkten zich kapot terwijl grote bedrijven profiteerden van de pandemie. Het werd voor mij pijnlijk duidelijk hoe slecht het huidige systeem in staat is het algemene welzijn van mensen te verbeteren. Maar ook zonder coronacrisis piepte en kraakte het overal. Black Lives Matter-protesten werden gewelddadig neergeslagen, de kloof tussen arm en rijk groeide en de democratie brokkelde overal ter wereld af. Vandaag de dag is het alleen maar erger geworden. Tijdens mijn landelijk bestuursjaar werd ik ook snel lid van de JS. Ik merkte dat inhoudelijke verschillen klein waren en we zoveel meer konden bereiken met een gezamenlijke vuist in een strijd die toch al van ons beiden is.
Heb je eerdere ervaring binnen PROTEST?
Zeker, best veel! Bij DWARS ben ik algemeen bestuurslid in Gelderland geweest, voorzitter van de Zorg & Welzijn commissie, landelijk bestuurslid Nationale Politiek & Scholing, lid van de Zoekcommissie, trainer bij de Academy en lid van de Bestuursstructuurfusiecommissie.In die tijd heb ik de JS ook steeds beter leren kennen als een plek waar iedereen diens plekje kan vinden, ook als dat ergens anders niet lukt, net als bij DWARS. Juist daarom ben ik zo gemotiveerd om als voorzitter samen met het bestuur weer diezelfde veilige sfeer te creëren in de nieuwe vereniging.
Om in kaart te brengen met welke thema’s mensen de meeste affiniteit hebben, hebben we de rood-groen-paars-meter gemaakt. Waar sta jij op de rood-groen-paars-meter?

Welke uitdaging heeft binnen PROTEST volgens jou de grootste prioriteit, en waarom?
Voor mij is het oprichtingscongres geen einde van de fusie, eerder een start van de leukste fase ervan. We hebben met z’n allen jaren werk gestopt om er een gezellige vereniging van te maken waarin iedereen vertrouwde dingen herkent van de JS en DWARS, maar er ook een plek is voor nieuwe leden. Om die uitdaging goed aan te pakken, ben ik ervan overtuigd dat je de fusie moet zien als een democratisch proces dat na het congres nog niet voorbij is. Het is essentieel dat het bestuur naar leden blijft luisteren en een vinger aan de pols houdt voor ontevredenheid of juist complimenten over de nieuwe PJO. Ik kijk ernaar uit om activiteiten te organiseren om elkaar beter leren kennen en gesprek kunnen over de politieke en organisatorische koers van onze vereniging en die van PRO. Zo bouwen we aan een solide basis voor wat we allemaal willen dat PROTEST wordt: een veilige, gezellige en leerzame vereniging die niet bang is om zich radicaal uit te spreken over de koers van het kabinet, PRO en internationale ontwikkelingen, zoals Palestina en neokoloniale uitputting van de aarde.
Hoe ga jij de leden van DWARS & JS met elkaar verbinden?
Eerst het zoetsappige antwoord: leden van de JS en DWARS zijn al met elkaar verbonden. We zien dezelfde problemen, voelen dezelfde frustratie en slagen er gezamenlijk in om dat om te zetten in strijdbare hoop. En nu de minder mooie politieke praatjes: zoals ik al zei in mijn antwoord op de vorige vraag, zie ik het leggen van deze verbindingen inderdaad als de belangrijkste uitdaging voor het nieuwe bestuur. Ik zie een taak voor het bestuur om prioriteit te maken van activiteiten waarin een focus ligt op interactie met leden.
Sprekersavonden zijn hartstikke leerzaam en leuk, maar bieden weinig ruimte tot gesprek tussen leden. Eigenlijk ben ik veel meer geïnteresseerd in dat laatste. Vanuit mijn rol als fractievoorzitter weet ik dat gedeelde waarden niet per se genoeg zijn voor gezamenlijke actie, daarvoor moet er ook een onderlinge band ontstaan. Bovendien wil ik leren van het fusietraject tot nu toe. Daarin zijn veel dingen goed, maar begrijpelijkerwijs ook fout gegaan. Het eerlijke antwoord is namelijk ook wel dat DWARS en de JS wél verschillen op cultuur. Dat kan iets positiefs zijn en elkaar aanvullen, maar dan moeten we wel ruimte geven aan vormen van gesprek en inspraak die leden van beide PJO’s herkennen, door bijvoorbeeld ruimte te geven voor formele én informele inspraak.
Welke eigenschappen breng jij met je mee als voorzitterskandidaat, wat maakt jou een geschikte voorzitter?
Ik heb veel politieke en bestuurlijk ervaring, zowel in een omgeving met voornamelijk jongeren als in een omgeving met voornamelijk grijze, witte mannen. Nou is de Tweede Kamer (gelukkig) geen kopie van de Overbetuwse politiek, maar het is belangrijk om als voorzitter om te kunnen gaan met een omgeving waarin iedereen ouder is dan jij en je dus moet strijden om serieus genomen te worden. Daarnaast wil ik een voorzitter zijn die aan de ene kant intern rust en overzicht kan bieden in een gegarandeerd chaotisch eerste bestuursjaar, en aan de andere kant zich extern radicaal durft uit te spreken, ongeacht of dat nou over het kabinet of over PRO gaat. Ik wil mijn ervaring inzetten om andere bestuursleden te ondersteunen waar nodig en los te laten waar dat kan, zodat ik goed overzicht bewaar en de belastbaarheid van ieder bestuurslid bewaakt. In mijn jaar als LB’er heb ik geleerd dat je echt naar elkaar moet omkijken in een bestuur. Ik hou mezelf niet voor de gek dat ‘mijn’ bestuur geen kritiek zou gaan krijgen, dat is onvermijdelijk in zo’n eerste jaar. Maar het is wel belangrijk dat er een voorzitter staat die weet hoe het is om die kritiek te krijgen en hoe je dat samen oppakt in een bestuur.
Wat is je slechtste karaktereigenschap en hoe wil je daarmee omgaan? ‘Te perfectionistisch’ mag je alleen noemen bij in het geval van klinische faalangst. 😉
Mijn antwoord is niet zo’n cop-out als ‘perfectionistisch, maar komt wel in de buurt ben ik bang. Ik heb hoge verwachtingen van mezelf en vind het daardoor lastig om me kwetsbaar op te stellen en mijn grenzen aan te geven. Ik vind het heel fijn om hulp aan te bieden aan bestuursgenoten, maar het kan dus heel ironisch voorkomen dat ik zelf te laat om hulp vraag. Ik maak hier wel stappen in, een jaar geleden had ik het al lastig gevonden om dit te delen. In overleg met de rest van het bestuur zie ik de vice-voorzitter voor me als een tweede bewaker van werkdruk in het bestuur. Ik zou dan er dan ook zeker geholpen bij zijn als de vice-voorzitter extra op de voorzitter let ;).
Als je één beleidswijziging of nieuwe wet zou mogen invoeren in Nederland, welke zou dit dan zijn?
We gaan van een cop-out naar een beetje saai antwoord helaas: radicaal hoge vermogensbelasting. Zoals jullie hebben gezien bij de thema-driehoek, sta ik wat meer bij rood dan de andere kleuren. Dat komt natuurlijk niet doordat ik groen en paars onbelangrijk vind, maar omdat ik ervan ben overtuigd dat economische ongelijkheid de oorzaak is van veel problemen die te maken hebben met klimaat en natuur of inclusiviteit en diversiteit. Zo moet een kapitalistische economie altijd doorgroeien, wat onvermijdelijk tot uitputting van de aarde leidt. Bovendien zijn veel ongelijkheden van gemarginaliseerde bevolkingsgroepen het gevolg van economische uitbuiting door de rijke, vaak witte, cis-hetero mannelijke klasse. De economie draait om winst in plaats van welzijn. Door dat bij de wortel aan te pakken, bestrijd je direct problemen als het salarisverschil tussen man en niet-man, plundering van voormalige koloniën en gebrekkige transzorg. Begrijp me niet verkeerd, je zult heus niet alle problemen opeens oplossen door de economie anders in te richten. Maar als het aan mij ligt, beginnen we daar wel. Met een eerlijker belastingsysteem, kunnen we onze samenleving eindelijk meten op welzijn en geluk, in plaats van groei en winst.
Wat vind je van de huidige koers van onze moederpartij, PRO? En hoe moeten wij daar als jongerenorganisatie mee omgaan?
Tijdens mijn landelijk bestuursjaar laaide de genocide in Palestina voor de zoveelste keer op. De reactie van GroenLinks-PvdA van toen was onvergefelijk slap. Er leek een angst te zijn om te benoemen wat er daadwerkelijk speelde en de kritiek leek soms meer gericht op Hamas dan Israël. Er was ook een duidelijke koerswijziging op migratie. Net als bijna alle andere partijen leek iedereen mee te gaan in het extreemrechtse frame dat ons land geen vluchtelingen ‘meer aan kon’. Ik heb dus wel mijn fair share aan slechte koers van PRO gezien. Maar het is ook eerlijk om te zeggen dat ze nu echt beter bezig zijn. We kunnen deze zomer genieten van veel goedkoper OV, de houding tegenover Israël is duidelijk scherper en ik kan de samenwerking met de vakbonden alleen maar toejuichen. Het genuanceerde antwoord op de vraag is dus eigenlijk: dat verschilt per thema. Ik voel me veruit het meest verbonden met de idealen van PRO van alle Nederlandse partijen. Maar dat betekent niet dat we achterover kunnen leunen als PROTEST. Een recent voorbeeld, namelijk het ontbreken van een reactie van de partijtop op het ontvoeren en martelen van de Sumud Flotilla-activisten, laat ook wel zien dat de houding ten opzichte van Palestina nog altijd niet scherp genoeg is. Het is een kerntaak van een jongerenpartij om de moederpartij de goeie kant op te trekken en dus ook om kritisch te zijn wanneer dat nodig is. Door vroeg in het jaar te bouwen aan relaties met de fractie en de partijtop, ben ik ervan overtuigd dat we veel gedaan kunnen krijgen zonder elkaar meteen in de media af te vallen. Ik zal echter nooit bang zijn om publiekelijk kritisch te zijn als dat nodig is, zoals ik ook eerder in mijn bestuursjaar heb gedaan. Dat geldt net zo goed voor politieke als organisatorische inspraak, PROTEST verdient een stem op in bestuurs- en fractievergaderingen, op congressen en programmacommissies!
Wat zou jij als PROTEST naar de buitenwereld uit willen stralen?
We hebben heel veel mensen nodig om de broodnodige verandering in de wereld voor elkaar te boksen. Ik wil dat PROTEST naar buiten uitstraalt dat we een inclusieve en veilige vereniging zijn, waar je van elkaar kunt leren en vrienden maakt voor het leven. Krachtige politieke uitingen op onze socials en in de media zijn dan ook zowel een manier om de politiek te beïnvloeden, als om nieuwe leden te werven. Ben je boos op de wereld en wil je er wat aan doen? Vet, kom bij ons! Voel je je niet comfortabel om met je familie, collega’s of buren over je identiteit of meningen te praten? PROTEST is een veilige haven voor jou, zoals het al voor vele DWARSers en JSers daarvoor is geweest. Dat wil ik uitstralen!
Wat is je leukste herinnering aan DWARS en/of JS?
Ik ben heel slecht in favorieten kiezen, dus hierbij een greep uit mijn leukste herinneringen: sowieso de lange reizen naar Praag, Berlijn en Straatsburg; de vele gala’s, aankloten op het pand en het afdelingenweekend wat ik samen met m’n bestuur heb georganiseerd. Misschien is mijn favoriet toch wel mijn speech om mijn motie voor gratis OV te verdedigen namens DWARS op het congres van de GroenLinks-PvdA. Een speech geven voor duizenden mensen in Ahoy vergeet je niet zomaar. Minder leuk was dat Tom van der Lee namens de fractie de motie ging afkraken.
Wat is je meest controversiële mening?
Ik vraag me af hoe vaak mensen hier daadwerkelijk een controversiële mening invullen en niet gewoon ‘friet’ of ‘patat’ gaan roepen. (Volgens mij heb ik dat drie jaar geleden gedaan dus ik mag eigenlijk niks zeggen). Ik ga me er toch aan wagen. Werkdruk is een groot onderwerp van discussie geweest bij onze verenigingen. Activist burnout is niet voor niks een bekende term in linkse kringen. Landelijk bestuursleden, maar ook commissie-, afdelingsbestuur- en werkgroepleden hebben vaak last van een te hoge werklast. Uit eigen ervaring maar ook breder vanuit de bestuursstructuurcommissie heb ik gezien hoe die werklast niet langer vol te houden is. We willen met z’n allen inclusief zijn, maar dat lijkt minder goed te lukken als het gaat over functies in onze verenigingen. Daarom vind ik dat prioriteiten moeten worden gemaakt in de taken van het bestuur. Dat betekent harde keuzes over wat wordt gedaan door het bestuur zelf, door een commissie, medewerker of niet meer wordt gedaan. Alleen op die manier maken we landelijk bestuursfunctie zo inclusief mogelijk en kunnen we bouwen aan een vereniging die kan vertrouwen op een bestuur dat haar taken daadwerkelijk kan uitvoeren en daarnaast nog ruimte heeft om in gesprek te gaan met de leden over het resultaat van die taken.
Wat voor passies of hobby’s heb je buiten PROTEST? Wat doe je graag buiten het politieke wereldje om?
Ik game, lees en speel graag kaart- en bordspelletjes. Ik hou heel erg van films en muziek (wow zo origineel!). Het liefst doe ik dat allemaal samen met vrienden, familie of nog beter: m’n allerliefste vriendin :).
Wat is je guilty pleasure?
Ik ben hier al vaak genoeg belachelijk over gemaakt, maar m’n favoriete band is Coldplay. Ik ben echt opgevoed met die muziek dus ik heb er nu eenmaal een zwak voor. Hun eerste twee albums zijn oprecht twee van de beste ooit gemaakt, maar ik vind de nieuwere dus ook best leuk. Ik heb nog wel ergere guilty pleasures qua muziek, maar die mogen jullie op het congres aan me vragen, dan staat het tenminste niet voor altijd online.
Stel jezelf nog één bonusvraag.
Waar kijk je het meeste naar uit in het nieuwe bestuursjaar?
Nieuwe tradities maken met jullie! DWARS en de JS zijn voor velen zo leuk vanwege onder andere de inside jokes, de vaste jaarlijkse activiteiten waar je naar uit kijkt, de memes en de congresgebruiken. Ik zie een PROTEST voor me waar oude tradities nog te herkennen zijn en er nieuwe zijn gemaakt waar een nieuwe generatie aan strijdbare jongeren prachtige herinneringen van gaat overhouden. Dat is een uitdagend proces maar ik heb gewoon zin om te bouwen! We hebben een unieke, historische kans om zowel PROTEST als PRO van de grond op te bouwen. In alle eerlijkheid: ik kan niet wachten!