Het feminisme van kabinet Schoof
Gepubliceerd op 30/09/2025
Geschreven door onze gastschrijvers
Sterre Meulenbroek
Een premier voor iedereen, een kabinet dat niemand uitsluit en een regering die staat voor ieders vrijheid; met die beloftes begon Dick Schoof zijn allereerste Kamerdebat. Was dit het begin van een nieuw tijdperk van saamhorigheid? Zou dit rechtse kabinet minder hardvochtig regeren dan linkse critici hadden voorspeld? Met die vragen in mijn hoofd volgde ik, een destijds 21-jarige feministe, de eerste wiebelige stapjes en onwennige woordjes van het kersverse kabinet-Schoof.
Als dit kabinet het tegengaan van uitsluiting werkelijk serieus nam, zou vrouwenemancipatie dan eindelijk hoger op de agenda komen? Zou Dick Schoof misschien stiekem een feminist zijn, maar daar nog niet voor uit durven komen? Of zaten we toch midden in een schijnsprookje? Nu het kabinet Schoof aan een vroege dood gestorven is, is het tijd om de balans op te maken. Ik zet de veelbelovende woorden van toen af tegen wat het kabinet uiteindelijk heeft betekend voor meer dan de helft van de Nederlandse bevolking: de vrouwen in ons land.
Hoop – op gelijke beloning
Het valt niet te ontkennen dat onze premier Schoof, de grote voorvechter van vrijheid, daar op zijn eigen manier in geslaagd is. Onder zijn leiding bleven organisaties namelijk vrij… om hun werknemers ongelijk te betalen. Had je een ‘M’ in je paspoort staan, dan verdiende je in de private sector gemiddeld zo’n 6% meer en in de publieke sector zo’n 3% meer dan iemand met een ‘V’, en dat voor precies hetzelfde werk. ´Werken moet lonen´ staat in het regeerprogramma, maar blijkbaar geldt dat niet voor iedereen.
Lef – om te beloven en te verzaken
Niet alleen in Nederland, maar wereldwijd hebben vrouwen vaak een achtergestelde positie. Het kabinet-Schoof leek de urgentie van dit probleem te begrijpen. In het regeerprogramma stond dat dit kabinet zich wilde inzetten voor de versterking van internationale samenwerking, met speciale aandacht voor het tegengaan van vrouwelijke genitale verminking en kindhuwelijken. Die belofte wekte aanvankelijk hoop, maar blijkt loos als we naar de financiële paragraaf kijken. Vanaf 2026 zou er namelijk structureel één miljard euro per jaar gekort worden op het ontwikkelingssamenwerkingsbudget, met als gevolg een flinke versobering van de steun aan internationale vrouwenrechtenorganisaties. Deze organisaties bestrijden niet alleen kindhuwelijken en genitale verminking, maar zorgen ook voor toegang tot anticonceptie, ondersteuning bij abortus en hulp aan alleenstaande moeders en vrouwen die slachtoffer zijn van huiselijk geweld. Wat overblijft is een schril contrast; kwetsbare vrouwen wereldwijd betalen de prijs van buitengewoon beschamend bezuinigingsbeleid.
Trots – op de goede voornemens
Nog zo’n heet hangijzer in de Haagse politiek betreft het kinderopvangprobleem. Kabinet Schoof erkende in het regeerprogramma dat betaalbare en toegankelijke kinderopvang essentieel is voor meer arbeidsparticipatie onder vrouwen en een betere werk-privébalans. Er werden ambitieuze plannen gepresenteerd om kinderopvang te verbeteren, werkende ouders te ondersteunen en zorgtaken eerlijker te verdelen. In de praktijk bleef het echter bij beperkte maatregelen. De kosten van kinderopvang bleven enorm hoog, wachtlijsten lang en structurele investeringen bleven uit. Ook ontbraken effectieve prikkels voor werkgevers om flexibel werken mogelijk te maken, terwijl juist dat nodig is om werk en zorg te combineren. Een dure en ontoegankelijke kinderopvang houdt vrouwen vast in de rol van thuiszorgers en zet een rem op hun economische zelfstandigheid en emancipatie.
De afrekening
Het kabinet-Schoof begon diens periode met hoop, lef en trots en met grote beloftes aan ‘de normale Nederlander’. Die normale Nederlander blijkt in de ogen van dit kabinet een man te zijn geweest, want de concrete maatregelen wat betreft vrouwenemancipatie blijven schrijnend uit. Vrouwenrechten stonden niet op de agenda, en echte stappen richting wat een normale situatie zou moeten zijn; één waarin mannen en vrouwen gelijkwaardig zijn, werden niet gezet. Zo blijft de belofte van een inclusief Nederland voorlopig een illusie. Dit rechtse kabinet, dat zich profileerde als hoeder van vrijheid, bleek in de praktijk vooral vrijheid te reserveren voor hen die het al bezaten.
Door Sterre Meulenbroek, namens het vrouwen*netwerk van de Jonge Socialisten in de PvdA