Van kistensjouwer tot wethouder: het leven van PvdA-legende Jan Torenstra

Jan Torenstra en toemalig premier en partijleider Wim Kok
Gepubliceerd op 28/02/2026
Geschreven door

Laura Schalkwijk

‘Van kistensjouwer tot wethouder’ heet het boek dat Dick Jansen heeft geschreven over PvdA’er Jan Torenstra. Vanuit armoede en met een visuele beperking wist hij op te klimmen tot een immens populaire wethouder in Delft. Lokaal Bestuur, het blad van de PvdA voor lokaal bestuur, sprak Jan over zijn leven, zijn politieke loopbaan en zijn tips voor PvdA’ers van nu.

Ontroerend was het moment toen Jan Torenstra in 1998 als wethouder werd geïnstalleerd. “Mijn vader en moeder zaten stralend vooraan in het midden op de publieke tribune. En toen heeft mijn moeder de klassieke woorden gesproken: ‘Hij is toch nog goed terechtgekomen’. Dat vond ik wel mooi.”

En inderdaad, dat Jan Torenstra ooit raadslid, fractievoorzitter, lijsttrekker en wethouder zou worden, had hij zelf niet als jonge jongen kunnen bevroeden, valt ook in zijn boek ‘Van kistensjouwer tot wethouder’ te lezen, dat verhaalt over zijn leven en over zijn (politieke) loopbaan.

Onbewoonbaar verklaard

Net na de oorlog wordt Jan geboren in Duitsland, in Forchheim bij Karlsruhe, als tweede kind van een Nederlandse vader en een Duitse moeder. Zijn vader komt daar na een razzia in ’s-Gravenzande als dwangarbeider terecht en wordt verliefd op Johanna, een boerendochter. “We woonden daar in armoede, mijn vader vertelde wel eens dat zich het lazarus moest fietsen om aan griesmeel te komen om mij te kunnen voeden.”

Uiteindelijk strijkt het gezin neer in Nederland, in het vertrouwde ’s-Gravenzande, waar Jan eerst bij zijn opa en oma wordt ondergebracht, die al dertien kinderen hebben. “Zij woonden in een krot. Op de foto zie je het bordje hangen met de woorden ‘Onbewoonbaar verklaarde woning’.”

Een jonge Jan Torenstra.

Opa Niek Torenstra.

Ondanks de omstandigheden ontfermt Opa Niek, schilder van beroep, zich over de kleine Jan en aan deze opa bewaart hij warme herinneringen. Hij zet zijn kleinzoon aan tot lezen en neemt Jan geregeld mee naar museum Mesdag, naar het Mauritshuis of naar de bioscoop Cineac. “Hij trakteerde me dan op een broodje knakworst.”

In 1950 krijgt het gezin Torenstra eindelijk een eigen huis, eveneens onbewoonbaar verklaard. Jan is desondanks zo vaak mogelijk bij opa en leeft het leven zoals het is, zonder besef of dromen over een betere toekomst. Hij begint op zijn veertiende als loopjongen bij een groente- en fruitexporteur. Dan is hij zich nog maar net bewust van zijn slechte ogen. Jan heeft albinisme, een erfelijke aandoening die een tekort aan het pigment melanine betekent, met als gevolg een lichte huid, lichte haarkleur en verminderd zicht. “Ik was denk ik twaalf, toen ik doorkreeg dat ik slechter zag dan anderen. Daarvoor wist ik niet beter.”

Gietijzeren geheugen

Van zijn beperking leert Jan – wellicht onbewust – zijn superkracht te maken. Hij heeft een gietijzeren geheugen. “Mijn vrouw Marja heeft kraaienogen, maar als ze iets kwijt is, weet ik het te vinden. Ik sla dingen niet bewust op, ik neem het waar.” Ook in zijn latere werk compenseert hij zijn slechte zicht met dat geheugen en informatie die hij op allerlei andere manieren waarneemt en opslaat. “Op de veiling keurde ik appels, sla en komkommers. En dan wist ik gewoon of komkommers spint hadden of dat er luis zat in de sla. Ik was echt een goede keurmeester. Bijna onverklaarbaar.” 

Van ongeschoolde loopjongen zal hij zich de komende twintig jaar opwerken in de tuinbouw, haven en op de veiling. Daar, op de veiling, leert hij zijn eerste vrouw kennen, Leny. Nadat hun zoon René wordt geboren, regelt Jans schoonmoeder een huisje in Delft, in een buurtje dat bekend staat als de Gribus. De woningen daar zijn net niet onbewoonbaar.

Deze omstandigheden zullen de vruchtbare bodem blijken voor zijn latere politieke loopbaan, want op een dag belt het buurtcomité aan met de vraag of Jan en Leny ook willen tekenen tegen huurverhoging. “Ik zei: ‘Ik teken niet verdomme. Jullie moeten geen actievoeren tegen huurverhogingen, maar strijden voor betere woningen.’ Waarop de man zei: ‘Dan moet je tegen mij geen grote bek hebben, dan moet je naar het buurtcomité komen.’”

Zo wordt Jan lid van het buurtcomité Geerweg en schuift hij aan bij stedelijke overleggen. Een aantal jaar later wordt het comité collectief lid van de PvdA. Van binnenuit is het makkelijker om invloed te krijgen, zo is de gedachte. In andere wijken is vooral de CPN de sterke partij. “Ik had wel sympathie voor hen, zij waren heel sterk in de buurten en in actievoeren, maar in de gemeenteraad hadden zij maar een of twee zetels. Wij wilden meer invloed hebben.”

Vlnr.: wethouder Henk Fahrner (PvdA), actievoerder Jan Torenstra en staatssecretaris van volkshuisvesting Jan Schaefer (PvdA). Foto: Herman de Groot.

Linkse samenwerking

Met zijn sympathie voor de CPN en ook de PPR, twee partijen die later in GroenLinks opgaan, is Jan zijn tijd al ver vooruit. “Ik zocht de samenwerking, had niet de neiging om politici van linkse partijen met wantrouwen te benaderen, die zitten er niet uit eigenbelang.” Jan ijverde voor een gezamenlijke 1 mei-viering en voor een lijstverbinding die erin resulteerde dat de CPN in 1986 een wethouder leverde. “Later zijn we met de PvdA in de oppositie gegaan samen met GroenLinks en de SP, ook al konden we in het college. En nu is GroenLinks groter en hebben we als kleinere PvdA nog steeds een wethouder.”

De huidige emoties over de fusie, daar snapt Jan daarom niet veel van. “Ik ben er altijd een groot voorstander van geweest.” Niet voor niets is hij lijstduwer voor de eerste GroenLinks-PvdA-lijst in Delft. GroenLinks-wethouder Rik Grashoff – met wie Jan acht jaar lang hecht samenwerkt in het Delftse college van B en W – vertelt in het boek: “Als Jan mij iets heeft geleerd, is dat besturen ook kan als team, met vertrouwen en wederzijds respect. Dat levert meer op.” 

Donkere schaduw

Vlak voor een verhuizing naar een andere woning in dezelfde Delftse buurt krijgt Jan een grote klap te verwerken. Zijn vrouw Leny krijgt ernstige griep en overlijdt een dag na ziekenhuisopname, volkomen onverwacht, slechts 28 jaar. Net als haar broers is ze door hartfalen als gevolg van spierdystrofie overleden. Een lot dat zoon René ook zal later treffen en een donkere schaduw werpt op Jans leven. 

Leny met zoon René, geboren op 27 december 1968.

De directeur van de veiling waar Jan werkt, toont zich een goede werkgever na het overlijden van Leny. Jan heeft Marja, de dochter van een comitélid, een baantje op de veiling bezorgd. De veilingdirecteur zorgt ervoor dat zij Jans zoon René uit bed haalt en naar school brengt, omdat Jan heel vroeg begint. Marja wordt zo een steunpilaar en uiteindelijk, jaren later, trouwen ze en krijgen ze drie kinderen. Eerst Femke (1984) en later de tweeling Floris en Sarah (1987). Intussen zijn er vijf kleinkinderen. 

In 1978 komt Jan voor het eerst op de kieslijst van de PvdA, als vulling. Hij komt vervolgens in de campagnecommissie, wordt uiteindelijk voorzitter. Pas in 1986 was hij zelf zover om gemeenteraadslid te willen worden. Hij wordt al snel fractievoorzitter en, na twaalf jaar in de raad, wordt hij in 1998 wethouder, omdat hij “er dan niet meer onderuit kan”. Intussen volgt hij de parttime hbo-opleiding Opbouwwerk en wordt daarna ook voorzitter van Bureau Opbouwwerk. Naderhand is hij voorzitter van een cultuurclub, daklozenopvang en zal ook veel betekenen voor de kinderopvang in Delft. 

Spreken uit het hoofd

Volgens Jan berust zijn loopbaan vooral op toeval: hij was op het juiste moment op de juiste plek met de juiste mensen. Femke Stolker, fractievoorzitter van de PvdA Delft van 2004 tot 2010, zet daar haar twijfels bij. Zij noemt Jan een echte verbinder, iemand met goede ideeën, die anderen ook wat gunt, die veel vragen stelt en luistert.

Jan is een erg goede spreker. Wegens zijn beperkte zicht spreekt hij tijdens raadsvergaderingen uit zijn hoofd en weet nog feiten van jaren eerder op te dreunen. Bijkomend voordeel: hij ziet ook geen lichaamstaal van anderen en kan daar dus ook niet door afgeleid worden.

Femke Stolker en Jan Torenstra op campagne in Delft, 2006. Foto: PvdA Delft.

Jan zal een populair raadslid en dito wethouder worden in Delft. Zijn Wijkaanpak wordt geroemd. Hij kan vanuit eigen ervaring vertellen wat stadsvernieuwing betekent voor bewoners en voor de kinderen die er opgroeien. Dus wil hij niet alleen nieuwe woningen bouwen, maar ook de omgeving aanpakken, bijvoorbeeld door speeltoestellen neer te zetten.

Jan probeert veel ‘in de wijk’ te zijn. Net benoemd als wethouder gaat hij met ambtenaren op de fiets op zoek naar mogelijke locaties voor kinderopvang. Binnen enkele dagen hebben ze 37 locaties verzameld. En hij laat zijn bestuursassistent en secretaresse de lokale kranten voorlezen. “Als er iets gebeurde ergens, bijvoorbeeld een ongelukje in de kinderopvang of een brandje in een jongerencentrum, dan ging ik er dezelfde week heen.”

Ook binnen de PvdA raakt hij op goede voet met tal van partijcoryfeeën. Iedereen kent en waardeert ‘die witte uit Delft’. Hij adviseert staatssecretaris Margo Vliegenthart over de kinderopvang en van landelijk voorzitter André van der Louw krijgt hij een poster uit Chili cadeau, die aan zijn wand hangt. Wouter Bos maant hem eens minder somber te kijken toen de verkiezingsuitslagen overal tegenvielen. Immers: in Delft had de partij wél gewonnen.

Tien hartslagen per minuut

Inmiddels is Jan 80 jaar en ruim een halve eeuw lid van de PvdA. Hij geeft de huidige generatie sociaaldemocratische politici en bestuurders in zijn boek nog veel tips mee.

Volgens Jan heeft iedere PvdA-politicus drie petten op: die van bestuurder, van volksvertegenwoordiger en van activist. “Elke pet heeft zijn waarde. Een bestuurder moet belangen afwegen. Daarbij doe je vaak iemand of iets pijn, wees je daar bewust van. Een volksvertegenwoordiger brengt in wat de kiezers belangrijk vinden. Het liefst niet alleen de eigen kiezers. En de activist kan publieke belangstelling voor een onderwerp genereren. Door de boer op te gaan, langs de deuren en op werkbezoek.”

Jan Torenstra met premier en toemalig partijleider Wim Kok.

Toen Jan aantrad als raadslid, in 1986, kreeg hij van het Hoofd Burgerzaken van de gemeente te horen dat het verschil tussen een goede en een slechte wethouder “tien hartslagen per minuut” is. Voor de ambtenaar, welteverstaan. Hoe een goede wethouder dat voor elkaar krijgt? Ten eerste verkoopt hij geen smoezen bij moeilijkheden, durft hij te beslissen op basis van mondelinge afspraken. Dat terwijl een slecht bestuurder een nota wil om zich in te dekken. Een goed bestuurder heeft bovendien aandacht voor de positie van de uitvoerders, zoals de groenploeg en de vuilophalers.

Een politicus zit er ook niet voor de eigen glorie, vindt Jan, maar om dingen te bereiken voor anderen, voor de kwetsbaren voorop. Mensen hebben een basis nodig: voedsel, onderdak, veiligheid en een beetje aandacht en liefde.

Een beetje politicus is daarnaast meer geïnteresseerd in mensen en oplossingen en minder in procedures. “Tegenwoordig wordt alles in procestermen besproken, mensen snappen dat ook niet. Maak het eenvoudiger, richt je op de uitvoering. Ik heb nog nooit een bewoner gesproken die zei: ‘Goh, die gemeentesecretaris heeft toch wel een goede nota geschreven.’  Ze zeggen wel, ‘Die mensen van Groen hebben dat netjes gedaan’ of ‘Ik ben goed geholpen door de gemeente’”

Een van de grootste complimenten die Jan ooit heeft gehad, was toen hij al weg was als wethouder. “In het voorjaar gaan alle kantoormedewerkers iets doen in de stad, helpen met prullenbakken verven en zo. Ik reed op de fiets bij de Markt en toen riep iemand van Groen: ‘Kijk, dat was nou onze wethouder.’”

Dit artikel is eerder gepubliceerd op de website van Centrum voor Lokaal Bestuur van de PvdA, met daar ook een link naar het boek van Dick Jansen, ‘Van kistensjouwer tot wethouder’. Dank aan Femke Stolker en Jan Torenstra voor hun bijdrage, en aan Dick Jansen voor het schrijven van het boek en het verzamelen van de foto’s die in dit artikel worden gebruikt. En dank aan het Centrum voor Lokaal bestuur en Laura Schalkwijk voor het kunnen publiceren van dit artikel.

categorieën: Bericht

Contact

Wil jij ook meeschrijven met de Lava? Of heb je een vraag of opmerking naar aanleiding van een column, artikel of andere schrijverij? Neem dan contact met ons op via onderstaande e-mailadres. Voor vragen over de Jonge Socialisten in de PvdA kan je terecht op hun website: www.js.nl.

E-mailadres: lava@js.nl

Lees verder; klik hier…
Copyright 2020 - Jonge Socialisten in de PvdA