Sophie straat, punk en politiek

Gepubliceerd op 15/09/2026
Geschreven door

Door Sam Leseman

Deze zomer kreeg de protestzangeres Sophie Straat een heuse shitstorm over haar heen nadat ze op Best Kept Secret witte mannen opriep een stap naar achteren te doen bij een moshpit. Mannen zoals Johan Derksen (die haar een ‘kutwijf’ noemde) en Bram Moszkowicz (die haar van discriminatie beschuldigde) weten natuurlijk niks van de context waarin Sophie Straat haar oproep deed: als poging om de alternatieve muziekscene inclusiever te maken. Want hoewel linkse en feministische idealen wijdverspreid zijn in de scene, blijkt inclusie niet altijd vanzelfsprekend.

In alle ophef is de context verloren gegaan dat Sophie Straats oproep slecht een variatie is op een leus van de feministische punkband Bikini Kill uit de jaren negentig: ‘girls to the front’.
Moshpits zijn namelijk voor veel concertgangers een positieve uitlaatklep voor opgekropte energie, maar voor andere bezoekers – met name vrouwen – kan dit juist als agressief en intimiderend overkomen, en als een ideale plek voor kwaadwillenden om een borst of bil vast te grijpen. En dat in een alternatieve muziekscene die als links en feministisch te boek staat. Vandaar de oproep girls to the front: hierdoor konden ook mensen moshen die dit anders misschien niet zouden durven.

Een ander voorbeeld van discriminatie binnen de punk-scene: vorig jaar zou ik naar een optreden gaan in Hillyweird, waar onder andere de jaren-negentig rap-punkband Neuk! zou spelen. Althans, dat was het oorspronkelijke plan, totdat de frontman van Neuk! een uitgesproken zionist en moslimhater bleek te zijn. Uiteindelijk werd de gig omgevormd tot een benefiet voor Plant een Olijfboom.

Ten slotte is er het geval van John Lyndon, de voormalige zanger van de Sex Pistols, de band die in Engeland de doorbraak van punk inluidde. Lyndon – beter bekend als Johnny Rotten – zong vroeger teksten tegen de monarchie, maar is tegenwoordig een Trump-aanhanger, pro-Brexit en anti-”woke”.

Deze voorbeelden zijn in mijn ogen symptomatisch voor een breder fenomeen: de punk- en alternatieve muziekscene worden sterk gekenmerkt door linkse waarden, maar de muziek trekt ook mensen aan die deze waarden niet delen of er in ieder geval niet naar leven. Dit artikel gaat over deze spanning tussen grootse idealen en de weerbarstige praktijk, iets wat natuurlijk ook buiten de scene speelt.

De oorsprong van punk
Om de relatie tussen punk en (linkse) politiek te begrijpen moeten we terug naar de oorsprong van punk, in het grimmige Engeland van de jaren zeventig. In deze periode bleek dat de naoorlogse welvaart in West-Europa niet oneindig was: de jaren zeventig waren een tijd van economische tegenspoed, werkloosheid (in het bijzonder onder jongeren) en stakingen. Bovendien hing nog altijd het risico op een nucleaire oorlog in de lucht. Vandaar dat NO FUTURE een belangrijke slogan van de punkbeweging was, in tegenstelling tot het optimisme van de hippiegeneratie.

Punk was echter niet alleen een tegenreactie op de politieke situatie in de jaren zeventig, maar ook op muzikale trends; tegen ellenlange, virtuoze gitaarsolo’s en wereldvreemde popsterren. Punk omarmde juist muzikaal amateurisme: je hoefde helemaal niet jarenlang dure muzieklessen te hebben genomen om in een bandje te spelen, aan een paar akkoorden had je genoeg. Ook hoefde je niet per se een contract te hebben met een grote platenmaatschappij, je kon je muziek ook gewoon zelf uitbrengen. Do It Yourself (DIY) was en is een van de belangrijkste speerpunten van de punk- en alternatieve muziekscene. DIY uit zich niet alleen in het onafhankelijk uitbrengen van muziek, maar ook in het zelf uitbrengen van fanzines (magazines gemaakt door fans), het zelf vermaken van kleding, of optreden in kraakpanden die fungeren als concertzalen, gerund door vrijwilligers.

Tegenstrijdigheid
Punk was dus vanaf het begin tegen het ‘establishment’, maar waar was het precies vóór? Hoe men punk politiek moest interpreteren stond in de vroege jaren niet bepaald vast. Sommige vroege punkbands wilden slechts provoceren en hadden verder geen uitgesproken politieke ideologie. Het ironische gebruik van het hakenkruis om te shockeren door enkele van deze bands en hun fans bood echter ruimte voor neofascistische organisaties zoals het National Front in het VK, die punk probeerden te coöpteren. Veel andere bands waren dan weer uitgesproken links en werkten bijvoorbeeld mee aan Rock Against Racism, een initiatief om het National Front en rascisme in de muziekindustrie te bestrijden. In Nederland was de eerste golf van punkbands apolitiek: de zogenaamde ‘pretpunkers’. Mede door de nauwe banden met de kraakbeweging kreeg de Nederlandse punkbeweging echter in de jaren tachtig een duidelijk linkse signatuur.

Zulke tegenstrijdigheid komt ook voor in de relatie tussen punk en gender. Doordat punk de grens tussen artiest en publiek deed vervagen, bood het ruimte aan stemmen die van oudsher gemarginaliseerd waren in rockmuziek – zoals vrouwen en queers – om zelf het podium op te gaan. Dit zie je bijvoorbeeld terug in Riot Grrrl, een feministisch subgenre uit de jaren negentig, waaruit ook de slogan girls to the front voortkomt. Tegelijkertijd bekritiseren feministische bands juist ook seksisme en machogedrag binnen de punk- en alternatieve scene zelf. Als cisgender man heb ik hier zelf geen directe persoonlijke ervaringen mee, maar wel heb ik te vaak via een Instagram story of in een gesprek na een show moeten vernemen dat een (mannelijk) bandlid over de schreef is gegaan.

Conclusie
Vijftig jaar nadat de originele punkgolf de oudere generaties in Engeland op hun tenen trapte, weet Sophie Straat nog altijd oude lullen zoals Johan Derksen in het harnas te jagen. Wanneer je de context begrijpt waarin Sophie Straat (witte) mannen opriep om naar achteren te gaan, is haar oproep echter naar mijn mening helemaal niet zo provocerend. Als je zelf namelijk weleens in een moshpit staat, is het idee dat je soms plaats moet maken om anderen de gelegenheid te geven om te moshen helemaal niet zo gek.

Wat ik zelf zo mooi vindt aan de punk- en alternatieve scene is dat zij een podium bieden aan mensen die geen rijke ouders hebben en niet binnen het traditionele beeld van een rockmuzikant passen. Bovendien kan je in tijden van belachelijk hoge ticketprijzen in alternatieve zalen nog voor een tientje een leuke avond hebben en nieuwe bands ontdekken. Dit artikel is dan ook vooral geschreven uit liefde en niet bedoeld als een call-out.

Om af te sluiten wil ik graag het Utrechtse initiatief Girls to the Front belichten, dat zich richt op betere representatie van FLINTA-personen in de punkscene. Hiervan zijn er twee compilatiealbums verschenen en tientallen shows georganiseerd. Daarnaast houdt de feministische band Clitteband een lijst van FLINTA-bands bij.

Wil jij een stuk publiceren en dit een podium geven bij De Suze (voorlopig op de sites van Lava en OverDWARS), laat het weten. Inzendingen zijn welkom bij desuze@protestpolitiek.org. 

categorieën: Bericht

Contact

Wil jij ook meeschrijven met de Lava? Of heb je een vraag of opmerking naar aanleiding van een column, artikel of andere schrijverij? Neem dan contact met ons op via onderstaande e-mailadres. Voor vragen over de Jonge Socialisten in de PvdA kan je terecht op hun website: www.js.nl.

E-mailadres: lava@js.nl

Lees verder; klik hier…
Copyright 2020 - Jonge Socialisten in de PvdA