Wat betekenen grenzen voor ons?
Foto: Drew Walker via Unsplash
Gepubliceerd op 16/02/2026
Geschreven door onze gastschrijvers
Azarya Sarigül
Ik ben een erg groot voorstander van de fusie tussen het groene en het rode gedachtegoed. Waarom? Ik kijk hierin verder dan de partijen alleen en richt me vooral op de onderliggende ideologieën: het ecologisme en het socialisme. Dit biedt de kans op een ‘terugkeer naar de natuur’ binnen onze politieke ideologie. De mens is niet los van de natuur te zien en we moeten ook niet doen alsof dat wel zo kan. Alsof wij op de een of andere manier exceptioneel zijn en ‘boven de natuur’ of haar wetten kunnen staan. Dat is geen duurzame manier van denken of functioneren. Maar dan is het ook noodzakelijk dat we onze ideologie door de natuur, of het ecologisme, laten leiden.
“Een wereld zonder grenzen en enige vorm van geweld”. Dat staat in het eerste concept van het beginselmanifest voor de nieuwe fusie-PJO. Ik begrijp dat door het tekenen van kunstmatige landsgrenzen door koloniale machten een bepaalde allergie is ontstaan tegen grenzen. De gedachte is dat de juiste tegenreactie op het koloniale concept van deze kunstmatige landsgrenzen het opheffen van grenzen is. Maar is dit echt het geval?
Laat ik duidelijk zijn: ik pleit niet voor het behouden van door anderen opgelegde grenzen, of het denken in tekeningen op een stuk papier. Ik pleit daarentegen wel voor de terugkeer naar en behoud van organische territoriale grenzen. Het klopt, de natuur doet niet aan denkbeeldige scheidslijnen zoals wij die vandaag de dag kennen. Maar dat zijn niet de enige vormen van grenzen die bestaan. Neem bijvoorbeeld het territorium van een beer. De beer is niet de eigenaar van het stukje grond waar diens territorium op gelegen is, maar toch, als je ervoor zou kiezen de ‘grens’ met diens territorium over te steken, loop je het risico aangevallen te worden. Waarom? Omdat ieder wezen recht heeft op en behoefte heeft aan een eigen omgeving om in geborgenheid te leven.
In het vervolg daarvan kunnen we kijken naar de gezamenlijke gedragscode van DWARS en de JS: “Respecteer elkaars grenzen”. Wat waar is in het klein, is waar in het groot. Dit is een grondprincipe van de natuur, van ons ecosysteem. En net zoals dergelijke persoonlijke grenzen niet opgelegd dienen te worden van buitenaf, maar gesteld mogen worden door het individu zelf, zo zijn landsgrenzen niet iets wat opgelegd mocht worden door externe machten, maar alleen bepaald mogen worden door de volkeren zelf.
Het gedachtegoed achter het opheffen van grenzen en geweld is goed bedoeld. Maar tegelijkertijd lopen wij het risico te belanden in een doorgeschoten afkeer van de tegennatuurlijke manier waarop grenzen en geweld in deze wereld gehanteerd werden, en helaas nog steeds worden. Dat de koloniale grenzen geen enkele waarde hebben, klopt. Maar dat betekent niet dat volkeren geen recht hebben op het stellen van grenzen.
Laat ik de logica doortrekken. Binnen een kader waarbinnen grenzen afgeschaft zijn ontstaat een probleem: een volk mag bestaan, maar verliest zeggenschap over hun manier van leven en territorium. Dat zou dan ook op individueel niveau moeten gelden. Een persoon mag geen expliciet geweld aangedaan worden, maar verder hoeven wij geen rekening te houden met diens eigen gestelde grenzen. Dit is in mijn optiek een vorm van geweld. Het is misschien geen openlijk geweld, maar wel een impliciete vorm ervan, omdat een recht impliciet ontzegd wordt op basis van ons eigen kader van wat wel/niet gewelddadig of grensoverschrijdend is.
Ik geloof dat een volk een individu op grote schaal vertegenwoordigt en dezelfde rechten kent. Als een individu recht heeft op het stellen van grenzen, dan heeft een volk dat ook. Hoe kunnen wij ons anders ooit solidair tonen met antikoloniale bewegingen in het heden en uit het verleden? De antikoloniale beweging is immers niet gebaseerd op het ontkennen van grenzen, maar juist op het respecteren van iéders grenzen. Als ik filosoof en activist Angela Davis mag parafraseren: het is niet genoeg om niet koloniaal te zijn, we moeten antikoloniaal zijn. En de kern van antikolonialisme is de erkenning van en het respect voor de (territoriale) grenzen van een volk.
Wij geloven in universele rechten. Dat betekent dat de natuur, het individu, de groep en het volk dezelfde rechten kennen. Dat betekent niet dat wij het met alles eens hoeven te zijn, maar wel dat ik geen rechten heb, zolang jij die niet hebt en andersom. Wanneer wij erkennen dat de natuur grenzen kent die wij niet mogen overtreden, kunnen wij hier niet selectief mee omgaan.
Het is begrijpelijk dat anti-grenzenbeleid in eerste instantie aanlokkelijk kan klinken. Maar zouden wij diezelfde grenzen ook willen afnemen van andere volkeren? Wat geeft ons het recht om enerzijds te stellen dat iedereen met respect voor diens grenzen behandeld dient te worden, maar vervolgens wel weer bepalen dat (sommige) grenzen slechts een construct zijn waar de ander zich plat gezegd ‘overheen moet zetten’? Ik verdedig geen uitsluiting of etnocentrisme, maar wel het recht van gemeenschappen om hun ruimte, ritme en grenzen zelf te bepalen. Kolonialisme was namelijk niet alleen het trekken van grenzen, maar ook het ontkennen dat anderen grenzen hadden.
Consent zonder grenzen is leeg. Zowel op individuele, als op grotere schaal. En als grenzen verdacht gemaakt worden en er gestreefd wordt naar het afschaffen ervan, kunnen ze alleen nog gelegitimeerd worden als de Ander als gevaarlijk afgeschilderd wordt. Hebben mensen pas recht op grenzen als de Ander een bedreiging voor hen vormt, of zijn grenzen, ook territoriale, een natuurlijk recht van iedereen? En is iedereen vrij om grenzen aan te geven, ook als er geen directe bedreiging wordt gesignaleerd voordat dit ‘gelegitimeerd’ geacht wordt?
Mag immigratie ook beperkt worden zonder dat immigranten als kwaadaardig of anderzijds schadelijk bestempeld worden, maar gewoon omdat een volk een natuurlijk recht heeft op territorium en bepaalt over wie deze betreedt? Dit is geen pleidooi tegen migratie, vooral niet in het kader van vluchtelingen, maar wel tegen een moreel kader waarbij grenzen alleen nog maar kunnen bestaan via vijandbeelden. Want heeft bijvoorbeeld Palestina of Oekraïne alleen recht op territoriale integriteit zolang hun vijand kwaadaardig is, of omdat dit een inherent recht van een volk is?
Vanzelfsprekend mogen wij alleen territoriale grenzen claimen als wij vervolgens ook die van anderen respecteren. Dat betekent dat wij, indien de wens er is bij andere landen, ons ook daaruit terug dienen te trekken. En dat wij postkoloniale verhoudingen dienen af te breken die gebouwd zijn om ons te laten profiteren van de natuurlijke bronnen en arbeid van andere volkeren.
Zolang we grenzen alleen toestaan wanneer wij de Ander als gevaarlijk bestempelen, lopen menselijke argumenten steeds meer het risico om plaats te maken voor hardere taal.
Dus, wat betekenen grenzen voor ons?