Passend Onderwijs: geslaagde inclusie of weerbarstige praktijk?

Gepubliceerd op 03/04/2020
Geschreven door

Tijdens de invoer van Passend Onderwijs door kabinet Rutte II in 2014 waren de doelstellingen nobel: de meeste leerlingen die normaal gesproken naar het speciaal onderwijs zouden doorstromen, krijgen passend onderwijs aangeboden op een reguliere school. Meer dan vijf jaar na de invoering van de Wet Passend Onderwijs is men echt tot het bot verdeeld over de wet. Wat is er aan de hand met passend onderwijs?

Nobel streven

Met de invoer van passend onderwijs zouden er meer leerlingen – die normaalgesproken naar het speciaal onderwijs zouden gaan – naar reguliere scholen kunnen. Zo hoeven ze niet lang te reizen en kunnen ze gewoon bij hun vriendjes en vriendinnetjes in de klas zitten. Bovendien kunnen leerlingen zich in het reguliere onderwijs beter voorbereiden op een plek in de samenleving. Met extra ondersteuning en hulp zou het mogelijk worden om het regulier onderwijs geschikt te maken voor iedereen. Leerlingen voor wie passend onderwijs niet voldoende is, kunnen gewoon naar het speciaal onderwijs. Op die manier voelen meer leerlingen zich op zijn of haar plek en zou het aantal thuiszitters worden teruggedrongen. Dat is het streven.

Voor passend onderwijs is het noodzakelijk dat verschillende organisaties met elkaar samenwerken om in de zorgbehoefte van leerlingen te voorzien. Middels regionale samenwerkingsverbanden tussen scholen komen er onderlinge afspraken over de aanpak van dyslexie, dyscalculie of gedragsproblemen. Dit is de zogenaamde basisondersteuning, samenwerkende scholen in de regio bepalen zelf wat er onder de basisondersteuning valt. De afspraken in de regionale samenwerkingsverbanden kunnen er bijvoorbeeld wel voor zorgen dat een leerling in Zeeland andere hulp krijgt dan een leerling in Noord-Holland.

De keerzijde

Er is echter ook een keerzijde. De transitie van de jeugdzorg is bijvoorbeeld gepaard gegaan met een bezuiniging van 15 procent in drie jaar. Hierdoor staat de rol van jeugdzorg, in het systeem van passend onderwijs, onder druk. Het aantal thuiszitters daalde al voor de invoer van Passend Onderwijs, maar neemt sinds afgelopen schooljaar weer toe. Bovendien blijkt uit een enquête van het AOB (Algemene Onderwijs Bond) dat meer dan 80 procent van de ondervraagde leraren de drempel voor verwijzing naar speciaal onderwijs in minimaal de helft van de gevallen te hoog vindt. Dennis Feij – ondersteuningscoördinator bij scholengemeenschap Nehalennia te Middelburg – merkt daar de gevolgen van: “Ik zie helaas ook leerlingen die jammerlijk ten onder gaan in het regulier onderwijs.” Volgens Feij hebben de samenwerkingsverbanden een financieel motief om zo weinig mogelijk leerlingen naar het duurdere speciaal onderwijs te laten gaan: “Die speciaal-onderwijs leerling ‘snoept’ het budget van de reguliere school af, waardoor er minder geld voorhanden is voor begeleiding in het reguliere onderwijs. Vervolgens neemt hierdoor de druk op zorgverleners binnen het reguliere voortgezet onderwijs toe.”

Die verhoogde druk is zichtbaar in de AOB- enquête: 86 procent van de docenten uit het regulier onderwijs geeft aan dat niet voldoende tijd te hebben om alle leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte van de benodigde ondersteuning te voorzien. Dit heeft niet enkel invloed op de leerlingen die de extra ondersteuning nodig hebben, het ook op de leerlingen die die behoefte niet hebben: volgens driekwart van de leraren blijft er te weinig tijd over om de reguliere leerling te helpen. Uit een onderzoek over passend onderwijs van het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek blijkt bovendien dat iets meer dan een derde van de docenten in het primair onderwijs en een derde van de docenten in het voortgezet onderwijs zich zwaarbelast voelen. Het lerarentekort in het primair onderwijs zou deels opgelost kunnen worden wanneer alle docenten die nu parttime werken, dat fulltime gaan doen. Maar zouden er dan niet veel meer docenten overbelast raken en uiteindelijk met een burn-out thuis belanden? Is fulltime werken onder deze omstandigheden wel wenselijk?

Met de invoer van passend onderwijs zou er een einde moeten komen aan het automatische ‘labelen’ van leerlingen met een behoefte aan extra ondersteuning. Dit maakt het proces minder bureaucratisch, maar tegelijkertijd is het voor ouders hierdoor minder makkelijk om te weten wat ze van scholen kunnen verwachten. De grotere rol die ouders krijgen om samen met de school een ontwikkelingsperspectief voor hun kind vast te stellen, brengt ook het risico met zich mee dat ouders die minder mondig zijn, er niet in slagen om de vereiste ondersteuning voor hun kind te verwerven.

Het was ooit de bedoeling dat ouders gemakkelijk voor een school zouden kiezen die bij hun kind past. De school zou zich moeten presenteren met een bepaald ondersteuningsprofiel, waardoor de extra ondersteuning per school inzichtelijk zou worden. Echter heeft niet elke school zo’n ondersteuningsprofiel op haar website vermeld staan. Sommige scholen zijn bang voor een aanzuigende werking, zo blijkt uit het evaluatierapport Passend Onderwijs (2019). Dat ouders soms niet weten waar ze hun kind met ondersteuningsbehoefte het beste kunnen plaatsen, is dus mede veroorzaakt door scholen die bang zijn dat er een te groot beroep op hun wordt gedaan.

Geslaagde opzet met kanttekeningen

Volgens Feij kent de Wet Passend Onderwijs ook zeker haar voordelen. Voorheen werd het geld voor zorgleerlingen geoormerkt: dat betekende dat minder zware casussen geen geld kregen en die leerlingen het dus veel moeilijker hadden in het reguliere onderwijs. Nu kunnen de samenwerkingsverbanden van scholen het geld meer naar eigen inzicht besteden, maar het bedrag is echter veel lager dan voorheen. Dit heeft directe gevolgen: “Ik zie om mij heen heel veel ongezond hardwerkende mensen. Meer personeel zou werkdruk-verlagend kunnen werken.” Naar zijn mening zou het geld dat is wegbezuinigd zo snel mogelijk weer teruggegeven moeten worden aan de scholen/samenwerkingsverbanden.

“Ik zie om mij heen heel veel ongezond hardwerkende mensen.”

De resultaten van de enquête van het AOB sluiten aan bij de conclusie van Feij. Er moeten maatregelen komen die de werkdruk verlagen. Docenten uit het voortgezet onderwijs leggen de nadruk op minder grote klassen en zowel uit het primair- als het voortgezet onderwijs klinken er geluiden om een maximum aantal zorgleerlingen per klas vast te stellen. Met het terugdraaien van bezuinigingen en het faciliteren van een lagere werkdruk, kan passend onderwijs alsnog een succes worden.

Ischa Walburg is lid van de JS en doorgaans werkzaam in het voortgezet onderwijs als geschiedenis- en maatschappijleerdocent.

categorieën: LAVA 2020
tags: , , , , , , , ,

Contact

Wil jij ook meeschrijven met de Lava? Of heb je een vraag of opmerking naar aanleiding van een column, artikel of andere schrijverij? Neem dan contact met ons op via onderstaande e-mailadres. Voor vragen over de Jonge Socialisten in de PvdA kan je terecht op hun website: www.js.nl.

E-mailadres: lava@js.nl

Lees verder; klik hier…
Copyright 2020 - Jonge Socialisten in de PvdA