Holocaust in het onderwijs: meer dan een tijdvak alleen

Gepubliceerd op 11/04/2020
Geschreven door

Het zijn klassieke voorbeelden van oral history: waar ouders kinderen maar mondjesmaat vertelden over hun eigen oorlogservaringen, kreeg een nieuwe generatie kleinkinderen deze verhalen vaak wel te horen. Een meer sprekende vorm van geschiedenisles valt nauwelijks te bedenken. Maar terwijl we 75-jaar bevrijding vieren, markeert dit ook een naderend einde van deze mondelinge overdracht van het verleden. Steeds meer directe ooggetuigen ontvallen ons terwijl Joodse organisaties waarschuwen voor toenemend antisemitisme. Hoog tijd om te kijken hoe nieuwe generaties alsnog verbonden kunnen worden met deze belangrijke geschiedenis, op een eigentijdse wijze. 

Wie de afgelopen maanden regelmatig talkshows kijkt, de krant leest of musea bezoekt, kan niet stellen dat 75-jaar bevrijding onbesproken blijft in Nederland. Sterker nog: musea, organisaties en stichtingen hebben de mijlpaal massaal aangegrepen om de geschiedenis weer tot leven te brengen. Tegelijkertijd brengt dit ook de vraag met zich mee hoe dit dan nog het beste gedaan kan worden. Hoe moeilijk dit is bleek ook uit het tafelgesprek tussen Gerdi Verbeet, voorzitter van het Nationaal Comité 4 en 5 mei en acteur en jongere Bilal El Mehdi Wahib. Verbeet vertelt met veel passie over de activiteiten van het comité en 75-jaar bevrijding. ‘Voor mensen zoals jij, voor wie dat toch lang geleden is en die soms zelfs denken dat alleen uit Amsterdam joden zijn weggevoerd,’ knikt Verbeet met vinger in de lucht wijzend naar de jongen tegenover haar aan tafel. Hoewel het niemand ontgaat dat Bilal El Mehdi Wahib zijn wenkbrauwen optrekt, blijft Verbeet zich tot hem wenden en vertellen dat jongeren zo weinig weten van deze bladzijde van de geschiedenis. ‘We weten wat er gebeurd is, we kennen de verhalen en hebben allemaal geschiedenis gehad. Ik denk alleen dat jongeren ook naar de toekomst willen kijken’, antwoordt Wahib. Verbeet gaat niet in op wat de acteur daarmee bedoelt en de presentator snelt naar de volgende gast.

De houding van Verbeet laat zien hoe gecompliceerd het overdragen van deze geschiedenis is maar ook hoe gemakkelijk het onderwijzen kan vervallen in het geven van een morele les. Dat maakt de grootouders die zonder belangen of ouderlijke plicht hun kleinkinderen over hun geschiedenis konden vertellen, of de tientallen kampoverlevenden die tot hun dood voor schoolklassen bleven spreken zo krachtig en waardevol. Dat deze ooggetuigen en ervaringsdeskundigen ons ontvallen is dan ook een groot verlies, zeker omdat zij in veel opzichten de sleutel tot het verleden waren, de brug tussen de oudere en jongere generaties. Verbeet vervalt in het gesprek met Bilal Wahib in een houding die juist niet wenselijk is als het gaat om overdracht van deze geschiedenis: het ervan uitgaan dat de kennis, interesse of het respect bij jongeren per uitstek ontbreekt. In onderwijs en overdracht van deze zware, lastige geschiedenis moet dan ook nadruk liggen op het gemeenschappelijke dat ons verbindt, niet op de vele verschillende achtergronden van mensen of het ontbreken van bepaalde kennis.  

Dat interesse, respect en ontzag voor deze gebeurtenissen er wel degelijk is blijkt ook uit een NOS interview met Stefan Kras, geschiedenisleraar en docent op een diverse school in Rotterdam. Vaak genoeg ziet Kras de schok en verbazing bij zijn leerlingen maar hij benadrukt ook dat de jeugd van nu met een diverse achtergrond het verhaal van de Holocaust nou eenmaal anders overgedragen hebben gekregen. Dit komt bijvoorbeeld doordat hun grootouders of andere familieleden niet in Nederland waren ten tijde van de Holocaust. Maar ook doordat er in landen als Marokko of Turkije geen Jodenvervolging heeft plaats gevonden. Juist hierbij is passend onderwijs waarin wel degelijk oog is voor deze verschillen en gevoeligheden, maar waarbij deze tegelijkertijd ook niet uitvergroot worden van groot belang. Daarbij is de rol en het voorbeeld dat de Nederlandse overheid stelt eveneens cruciaal, alleen al als het gaat om het beschermen en stimuleren van monumenten en herinneringsplekken. Zo sloot het Nationaal Holocaust Museum in oprichting begin februari de deuren om te beginnen aan een grootscheepse verbouwing waar uiteindelijk het Nationaal Holocaust museum uit moet verrijzen. Een grootscheeps project dat samen met het Holocaust Namenmonument op het Weesperplantsoen in Amsterdam een nieuwe toevoeging van herdenken en informeren zal betekenen. 

Zowel het Nationaal Holocaust Museum als het Holocaust Namenmonument zijn van grote, symbolische waarde. Na de oorlog keerde 75 procent van de Joodse bevolking in Nederland niet meer terug en van het joodse leven in Nederland was op veel plekken niets meer over. Hoewel andere Europese landen al jaren nationale Holocaust musea en instituten hebben, kende Nederland tot aan nu geen nationaal museum of monument dat alle omgekomen joden in Nederland herdenkt. Met de komst van het Holocaust Namenmonument komt daar een einde aan. Waar in 1950 het omstreden Monument van Joodse Erkentelijkheid werd onthuld – een gedenkteken voor de Nederlandse hulp, verleend aan joden gedurende de oorlog- zal nu een monument komen dat zonder er veel woorden aan vuil te maken, laat zien hoe groot de omvang van dit verlies is geweest, dat onder de ogen van Nederland heeft kunnen plaatsvinden.

Anno 2020, 75-jaar na de bevrijding komt er zo steeds meer ruimte voor nuance en worden ook de donkere kanten van de Holocaust en het Nederlandse aandeel hierin belicht. Het officiële excuses van premier Rutte namens de regering voor het handelen van de Nederlandse overheid in de Tweede Wereldoorlog is hier een voorbeeld van. Maar ook de Nederlandse Spoorwegen die vorig jaar toezegden met een schadevergoeding te komen voor overlevenden van concentratiekampen en nabestaanden van Holocaustslachtoffers die in de Tweede Wereldoorlog met Nederlandse treinen zijn vervoerd. Zoals Bilal Wahib terecht opmerkte: ‘De jeugd kent de geschiedenis maar kijkt ook naar de toekomst’,  is het als overheid en onderwijsinstellingen wellicht tijd om dit ook te gaan doen en te kijken hoe het verleden op passende wijze onderdeel kan uitmaken van onze toekomst. Vernieuwing in de vorm van ander lesmateriaal of het kunnen voeren van discussies of gesprekken over dit onderwerp, zegt tenslotte niets over het respect of de interesse die er is voor het verhaal van de Holocaust. Net als dat dit eveneens geen vergetelheid hoeft te betekenen. Maak de jeugd juist bewust van deze verschillende inzichten en ontwikkeling van perspectieven en hoe deze zich verhouden tot hedendaagse gebeurtenissen. Nog steeds kan er geleerd worden van deze geschiedenis en onze omgang daarmee, zo is de Holocaust meer dan een tijdvak alleen.

In een samenleving waarin beeld belangrijker is dan ooit en waarin de beleving van dingen voorop staat, kan gebruik van film, fotografie en het bezoeken van musea en monumenten van groot belang zijn voor de overdracht van deze geschiedenis. De rol van onderwijs hierin is cruciaal. Jongeren hebben daarin een helpende hand nodig die hen de wereld van het verleden in leidt, een docent die hen aan het denken zet maar er ook is voor lastige, onbeantwoorde vragen.  Het vast blijven houden aan oude, veel gebruikte narratieven uit schoolboeken is dan ook misschien niet meer van deze tijd. Zolang de Nederlandse overheid zijn ogen niet sluit voor blinde vlekken uit het verleden en de jeugd niet onderschat, zullen nieuwe generaties evengoed niet de neus ophalen voor het verhaal van de Holocaust.

categorieën: LAVA 2020
tags: , , , , ,

Contact

Wil jij ook meeschrijven met de Lava? Of heb je een vraag of opmerking naar aanleiding van een column, artikel of andere schrijverij? Neem dan contact met ons op via onderstaande e-mailadres. Voor vragen over de Jonge Socialisten in de PvdA kan je terecht op hun website: www.js.nl.

E-mailadres: lava@js.nl

Lees verder; klik hier…
Copyright 2020 - Jonge Socialisten in de PvdA